Klik hier voor de plantenlijst

Op 3/5, 27/8 en 6/9/1992 werd er een planteninventarisatie uitgevoerd door de Werkgroep Botanie Waasland en WNLW (nu Natuurpunt Waasland) van het kilometerhok (1km² groot) dat bijna het hele gebied omvat. De plantenlijst van De Putten telde toen reeds meer dan 200 plantensoorten, waarvan 36 van de hoogste zeldzaamheidsklasse.

Sinds NP Waasland het gebied in beheer verkreeg, wordt er regelmatig gespeurd naar planten en er startte tevens een uitgebreide opvolging door de U.A. Een aangevulde plantenlijst hebben we nog niet ter beschikking (voor het aanvullen van de plantenlijst op basis van uitgevoerde inventarisaties zoeken we dringend een vrijwilliger!!).

Floristisch gezien is de Putten een bijzonder en gevarieerd gebied met een opvallend hoog aantal zeldzame plantensoorten (zeldzaamheidsklasse 1 of 2). Verschillende interessante biotopen komen in het gebied voor. De combinatie van enerzijds het oude cultuurlandschap en anderzijds de bijzondere omstandigheid van zilt grondwater, zorgen voor nogal wat ongewone botanische hoogstandjes.

De waarde verhoogt aanzienlijk doordat er een mooie plantengemeenschap voorkomt die behoort tot de sterk tot matig zoute milieus (klasse 3). Deze plantengemeenschap is terug te vinden in de laaggelegen weilanden. Dergelijke weilanden zijn elders in de Scheldepolders helemaal verdwenen. Ook het veelvuldig voorkomen van water- en moerasplanten is het vermelden waard.

Stellen dat 'De Putten' een uiterst waardevolle plantengroei bezit, is niet overdreven. De unieke combinatie van diverse bodemomstandigheden en het ontbreken van moderne landbouwtechnieken maken dat het oude cultuurland tot de parel van de Scheldepolders mag worden uitgeroepen.
Om de plantenlijst toegankelijk te maken, worden slechts enkele soorten kort beschreven.

Aardbeiklaver: het roze gekleurde vruchthoofdje doet wat vorm en kleur betreft, denken aan een aardbei. Deze klaversoort groeit graag op enigszins zilte grond.

Rode Ogentroost: een halfparasiet, die zijn voedsel gedeeltelijk uit de wortels van o.a. grassen haalt. Deze soort is enigszins tolerant voor zout.

Veldgerst: is een soort die oude, kleiëge graslanden verkiest. Vroeger werd wilde gerst aanzien als een interessant voedselgras, nu wordt de soort bijna overal verdrongen door overdreven bemesting.

Kattedoorn: een fraaie dwergstruik met rose vlinderbloemen. Een typische dijkplant die graag op zandige, niet te zwaar bemeste, kleigrond groeit. Groeit vaak samen met Viltig Kruiskruid.

Moeraszoutgras: een vaak onopgemerkt grasachtig plantje. Het komt voor op vochtige, niet te zwaar bemeste, gronden. Deze soort is zouttolerant.

Bitterling: dit geel bloeiend bloempje is verwant aan de gentianen en is in feite een kust- en duinplant. Tot voor enkele decennia was het zo goed als onbekend in onze omgeving. Thans is het algemeen op jonge opgespoten terreinen. Samen met o.a. (Fraai) Duizendguldenkruid behoort Bitterling tot de pioniers die het jonge natuurterrein koloniseren. Op de geschikte plaatsen ontkiemen miljoenen exemplaren, maar binnen enkele jaren wordt de soort volledig weggeconcurreerd.

Melkkruid, Zilte rus, Kweldergrassen, Zilte schijnspurrie en Schorrezoutgras, Zulte: zijn soorten die echt niet zonder zout kunnen.

Zelfs Zeekraal wordt in de weiden gevonden. Deze plant sterft na één jaar af.

Zulte Putten 16dec2003mini







Zulte in de Putten(foto: H.VdC)


Zulte 09sept2003mini







Zulte (foto: Eddy Rottiers)


zeekraal 19sept2003mini

Zeekraal (foto: Eddy Rottiers)