Planteninventaris van 1992

Moeten De Putten droger?

Binnen de driehoek gevormd door het Doeldok, de Middenstraat en de Dijk van de Oud-Arenbergpolder te Kieldrecht ligt het natuurgebied De Putten (45 ha). Zilte meersen, vochtige weilanden, poelen en grachten domineren het unieke natuurgebied. De vochtige weilanden zijn zilte meersen omdat de onderliggende veenlagen zout afgeven. Hierdoor groeien er planten die je in heel Vlaanderen haast nergens zal tegenkomen.

Het gebied is een waar vogelparadijs, waarbij 's zomers de weidevogels en 's winters de ganzen de meest bekende zijn Op 8 juni 2001 ondertekenden Natuurpunt WAL (het huidige Natuurpunt Waasland), Natuurpunt vzw en AWZ (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie van Waterwegen en Zeewezen, afd. Zeeschelde) een natuurbeheersovereenkomst voor het gebied. Hierdoor kunnen Natuurpunt Waasland en Natuurpunt vzw i.s.m. de plaatselijke landbouwers en bewoners van de Oud Arenbergstraat de natuurwaarden behouden, herstellen of ontwikkelen.

Tot 2007 had "De Putten" de beschermende status van "Zeehavengebied met tijdelijke bescherming als valleigebied", daarna werd het koffiedik kijken.

PUWE hvdcDe Putten Weiden (foto Hildegarde Van den Camp)

Trop is teveel!

Even slikken bij deze titel. Normaal proberen natuurjongens en meisjes toch natuurgebieden opnieuw wat natter te maken om allerlei verloren natuurwaarden terug te krijgen? Ook de natuurwaarde van de historische graslanden van de Putten is voornamelijk te danken aan water, en meer bepaald door het opborrelende licht zoute grondwater. Het zout in het water is afkomstig van de zouthoudende veenlaag onder de weiden. Weidevogels en zeldzame zoutminnende planten voelen zich dan ook al zeer lang thuis in De Putten. Maar teveel is teveel!

Het opborrelende grondwater in De Putten was oorspronkelijk bijna volledig te wijten aan de hogere ligging (gemiddeld 2 meter) van de aangrenzende Nieuw Arenbergpolder. Maar de laatste tientallen jaren zorgt het opspuiten van de poldergronden ten zuiden en ten oosten van het gebied bij de ontwikkeling van de Waaslandhaven en de aanleg van het Doeldok voor een veel grotere druk op het grondwater.

De laatste jaren is bij de verdere opspuiting/ophoging van Putten Hoog en Putten Plas de druk nog verder toegenomen waardoor het water niet meer op tijd wordt afgevoerd. De Putten kreeg tot ver in de lente het uitzicht van een klein ondiep meer en dat was nu niet echt onze bedoeling. De vegetatie stierf op sommige plaatsen af en het gebied werd aantrekkelijk voor een enorme kokmeeuwenkolonie, waarmee niet iedereen gelukkig is. Teveel water dus en tijd om een en ander te bekijken.

Hoge waterstand nekt waardevolle planten

Een groot deel van de lager gelegen zones in het noordelijk deel van De Putten heeft vorig jaar lange tijd onder water gestaan. Pas in februari 2005, na het maken van twee doorsteekjes, is het waterpeil sterk gezakt. Door de langdurige hoge waterstand is de vegetatie van deze lager gelegen delen grotendeels afgestorven.

In de loop van 2005 maakten Ralf Gyselings van het Instituut voor Natuurbehoud, die in opdracht van AMINAL afd. Natuur monitoring op Linkeroever verzorgt, en René Maes van Natuurpunt-WAL (het huidige Natuurpunt Waasland) verschillende vegetatieopnames in dat noordelijk deel van Putten-Weiden. Bij elke vegetatieopname is telkens ook de hoogteligging bepaald. Op die manier kon het verband onderzocht worden tussen het vegetatietype en de (evolutie van) de waterstand in de periode 2004-2005. Uit een eerste analyse van de gegevens wordt afgeleid dat:

• de zones die in het voorjaar droog kwamen te staan (1,10 m tot 1.30m TAW) gekoloniseerd werden door een zeer interessante zilte pioniersvegetatie.

• de lager gelegen zones (de zones die pas later droog kwamen te staan) onbegroeid zijn gebleven

• de hoger gelegen zones (boven 1.30m TAW) hun typische zilte graslandvegetatie behielden.

Het is onze bedoeling met een aangepast peilbeheer de waarde van het gebied voor zilte planten/vegetaties te waarborgen en het gebied niet verder te laten vernatten.

Concreet:

• De oppervlakte onbegroeid slik laten afnemen. Hierdoor wordt het gebied ook minder aantrekkelijk voor meeuwen. Al valt het te betwijfelen of de kolonie hierdoor zal wegblijven aangezien de oppervlakte aan broedgelegenheid in de haven verder afneemt.

• Ruimte voorzien voor zilte pioniersvegetaties. Hiertoe dienen de lager gelegen delen in de winter onder water te staan en in het voorjaar droog te vallen.

• Behoud van de oppervlakte zilte graslandvegetatie. Daarom zullen we trachten de waterstand zowel in de winter als in de zomer iets te laten dalen.

Deze winter zullen we eerst de begroeiing in de noordelijke afwateringsgracht gedeeltelijk verwijderen om de afwatering vlotter te laten verlopen en om de twee uitgegraven doorsteekjes te laten renderen. Intussen ruimde het Polderbestuur de grachten stroomafwaarts.

Ralf zal de waterstand in het gebied verder opvolgen. Bij de Vlaamse Landmaatschappij informeren we hoe het zit met het schottensysteem dat voorzien is voor de afwatering van Putten-West en ons gebied. Pas dan zullen we eventueel de twee doorsteekjes die vorig jaar gegraven zijn, kleine stap voor kleine stap verder uitgraven.


Met dank aan Ralf Gyselings (Instituuut voor Natuurbehoud) voor de metingen en de adviezen. Volgend jaar zal het I.N. ook nog een apart rapport over deze (water)studie uitgeven.
(*) Ralf Gyselings, Wetenschappelijk Attaché, Instituut voor Natuurbehoud, Kliniekstraat 25 1070 Brussel tel. 02 558 18 25 en fax. 02 558 18 05 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.