Geologie

De helling ten noorden van deze polder (Wase Cuesta) behoort tot het Rupeliaan, Boomse Klei, bedekt met een laag leem uit het Pleistoceen. In de polder zelf bestaat de bodemlaag hoofdzakelijk uit zeer natte tot matig natte gronden op zware klei met veensubstraat op geringe diepte (kalkarm). Met het oog op veendelving werd de bodem op vele plaatsen vergraven. De veenresten zijn reeds duidelijk op een diepte van 40 tot 80 cm. Het geologisch substraat bestaat uit maritieme sedimenten afgezet gedurende het Eoceen en Oligoceen.