Op 3 januari 2018 is voor de eerste maal het GOG te Kruibeke in werking getreden.
Het voorspelde springtij was 6 m TAW om 17u. Door een aangekondigde Noordwesten storm kregen de computormodellen echter een heel andere situatie.

En zo gebeurde het, zoals verwacht, en berekend. Het tij in Antwerpen kwam uiteindelijk tot 7,16 m hoogte TAW. In Kruibeke krijg je dan ongeveer 7,2 m. Het hoogste peil werd ook reeds bereikt rond 16 h i.p.v. 17 h.

Dus het water liep met een waterkolom van ongeveer 40 cm over de overloopdijk, wat spectaculaire beelden gaf, namelijk een waterval van meer dan 7 km lang, van Kruibeke tot Rupelmonde. Zelfs boompjes werden meegesleurd over de dijk, de polder in.

Het water in de polder steeg gemiddeld 20 tot 30 cm, wat eigenlijk minder is dan de springtij-hoogte die gerealiseerd wordt via de P. Meire-inwateringssluis. Deze sluis was de dag voor de storm reeds gesloten om een maximale bergingscapaciteit te geven in de polder.

Mijn bevindingen

De dag nadien maakte ik een fietstocht via de jaagpaden van Ringdijk en Scheldedijk rond het overstromingsgebied. Het water was vooral in Kruibeke bijna volledig weg getrokken na twee lage getijden.

Dit was ook het geval in de weidevogelgebieden van Bazel. Er stond nog veel water in de natuurlijke depressies van de polder. Dit kan alleen maar onze weidevogels ten goede komen. De broekbossen stonden nog volledig onder water, wat een unieke beleving was.

De Blauwe Gaanweg echter stond nog onder water en was dus nog niet berijdbaar. Het Kallebeekveer was perfect bereikbaar. Schade aan de overloopdijk was er, volgens mij, zeer weinig. De grasmat was bijna overal intact gebleven. Wel viel het me op dat de speciale asfaltlaag (GOSA) tegen het jaagpad regelmatig bloot kwam, daar waar riet gemaaid was langs de Schelde en het Scheldeschor heel smal was. Op de kruin is de grond/grasmat ook relatief dun volgens Stefaan Nollet. Dit kan de reden zijn van de minimale wegspoeling.

Van de fauna heb ik geen dramatische toestanden gezien of gehoord. De reeën dartelden voor mijn voeten vanuit het ondergelopen Schelde schor fris de dijk af om daar in de weiden te gaan grazen. De watervogels hadden het natuurlijk naar hun zin. Zelden zaten er zoveel ganzen en eenden in de polders te foerageren op de plasdrasse grasmat of in de overgebleven plassen en sloten.

Nieuw gegeven was dat er ook op het achterland tussen Ringdijk en bewoning geen noemenswaardige problemen van wateroverlast waren. Echter vernam ik dat een voor mij nieuw fenomeen zich heeft voorgedaan een week na de bewuste storm. Toen was er een heel hoog laagwaterpeil, n.l. ongeveer 1,5 m TAW. Dit wordt echter reeds geruime tijd door betrokken diensten van De Vlaamse waterweg opgevolgd.

Dergelijke situatie kan voor een minder goede afwatering zorgen van de polder, vooral in Bazel. In Kruibeke kan dit eveneens het geval zijn als de inwatering op dat moment open blijft staan. Op korte termijn wordt dit probleem zeker bestudeerd en zullen er bijsturingen van de afwatering van het achterland gerealiseerd worden.


Conclusie

Het ging hier, volgens Stefaan Nollet van De Vlaamse Waterweg N.V., om een kleine tot matige storm. Hierdoor is echter bewezen dat het systeem werkt. Van zodra de Scheldedijk overliep is het Scheldewater niet meer verder gestegen. Ook het ganse systeem van snelle uitwatering heeft gewerkt in Kruibeke en Bazel. Enkel aan de Rupelmondse kreek dienen maatregelen genomen te worden om verzanding van de uitwateringsconstructie te voorkomen.
Het was vooral een geslaagde test. Proficiat aan bedenkers, ontwerpers en bouwers.

Gilbert Smet
Foto GOG: ©Waterbouwkundig Laboratorium