Heel vroeger maakte de Putten deel uit van het Schelde-estuarium en bestond uit slikken en schorren, doorsneden met talrijke schorgeulen. Dit grote slikken- en schorrengebied werd in het zuiden begrensd door een oude duinenketen (den hoge, het hoogland), die nu gesitueerd kan worden op de as Zwijndrecht, Melsele, Beveren, Vrasene, St.Gillis.

In de nabijheid van de Putten liep een grote schorgeul met een aantal kleinere vertakkingen, waaruit later na de inpoldering het huidige krekenpatroon zou ontstaan (ten Zuidwesten van Kieldrecht ligt hier als bekend restant: de kreek de Grote Geule).

Ter hoogte van de Putten werd het gebied reeds van voor het begin van onze tijdrekening ontveend door o.a. de Menapiërs. Het ontvenen, dat ook later verder gezet werd, veroorzaakte de grachten en greppels in de ondergrond van de Putten, een structuur die je, evenals de oorspronkelijke schorgeul, nog goed kan herkennen in de centrale weiden.
De veenlagen in de ondergrond zijn nog steeds de bron van de verzilting (het zoute karakter) van het kwelwater, dat aan de basis ligt van de voor Vlaanderen zeer bijzondere flora in dit gebied.

Het gebied De Putten maakte in de middeleeuwen deel uit van de Oude Kieldrechtpolder. Van in de 12de of 13de eeuw, mogelijk zelfs vroeger, was het gebied integraal ingepolderd en bestond het grotendeels uit zgn. moeren, turfgebied. Turf was de rijkdom van de streek en werd toen uitgevoerd (over het water) tot in Gent.

Als gevolg van de 80-jarige oorlog werden in 1583 de dijken doorgestoken. Het duurde tot 1667-1668 vooraleer het gebied opnieuw werd ingepolderd. En nog 20 jaar vooraleer het gebied verkaveld werd. Vanaf dan stond het bekend onder de naam "Polder van Arenberg". Bij de verderzetting van de polderactiviteit van de Arenbergs werd het Oud Arenbergpolder.

Lees hier meer over de polderhoeves het behoud van het boerenerfgoed..

Het gebied de Putten werd weinig intensief bewerkt: de natte, zilte meersen waren voor de landbouw niet geschikt als akker en werden extensief (met weinig vee per ha) begraasd in de drogere perioden. Zo kon het gebied zich handhaven als natuurgebied.

In 1970 maakten 'De Putten' deel uit van een natuurreservaat, maar later werd het gebied op het gewestplan van 1978 ingekleurd als industriegebied, bestemd om te verdwijnen voor de haven. De Putten werden onteigend, de eigenaars vergoed en de gronden konden nadien gratis gebruikt worden.

In de loop der jaren zetten deze gebruikers vele weilanden om in akkers, werden talrijke poelen en geulen dichtgestort en werd het gebied in de zomer versneld ontwaterd.
Ondanks dit alles bleef de resterende natuur nog steeds uitzonderlijk waardevol. Natuurpunt WAL (nu Natuupunt Waasland) publiceerde in februari 1996 en in december 1998 een actiebrochure met de natuurwetenschappelijke gegevens van dit gebied om de bescherming van deze "parel van de Scheldepolders" te kunnen bekomen.

In juni 2001 besliste Vlaams minister Stevaert om het beheer van De Putten tot 2007 in handen te geven van Natuurpunt Wase Linkerscheldeoever vzw en Natuurpunt vzw. 2007 was de magische datum waarop weer grote beslissingen inzake de ruimtelijke verdeling van het Beverse linkerscheldeoevergebied gingen vallen. Intussen zijn we al jaren verder en zijn er nog steeds geen officiële, definitieve plannen. Het is echter wel duidelijk dat de toekomst van De Putten er uiterst somber uitziet. Reden waarom Natuurpunt  Waassland er de laatste jaren alleen voor stond?


Tekst: Hildegarde Van den Camp, aangevuld door Kris Peeters (feb.2009)

Bronnen:
Greet De Jonghe en Jan Vermeersch, Beheerplan 'de Putten' te Kieldrecht - Bedreigd door waanzinnige havenuitbreiding, verdedigd door mensen met gezond verstand. Monografie tot het behalen van het getuigschrift van 'beheerder van bossen, parken en groenzones', juni 2002.